Krokodil Korenbloem

Dit verhaal gaat over de verdwaalde Krokodil Korenbloem. Scroll naar onderen om het verhaal te lezen en de plaatjes te bekijken.

Er was eens een jongentje die naar een kringavond van een christelijke studentenvereniging was geweest. Toen hij terug kwam schrok hij zich kapot: er zat namelijk een verstekeling in zijn gitaartas verstopt! Een echte krokodil!

Voordat Krokodil het wist, was de jongen verdwenen en had zich opgesloten in zijn kamer. Krokodil dacht: "Ik heb honger en niemand wil mijn vriendje zijn". Daarom ging Krokodil op zoek naar eten en naar vrienden. Hij kwam bij een groot wit gebouw en riep door het raam: "hallo"! Er klonk geen antwoord dus ging hij door het raam naar binnen, op zoek naar vrienden en eten. Maar het gebouw begon ineens wild rond te draaien en dat was helemaal niet leuk.

Toen hij er eindelijk uit was dacht Krokodil: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn". Daarom ging hij een kamer binnen. Daar zag hij een tijger. "Hé tijger! Is het leuk hier? Zullen we vrienden worden?" Maar de tijger gromde alleen maar. Daarom ging Krokodil snel weg terwijl hij dacht: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Toen hij in een andere kamer was zag hij allemaal oranje balletjes. Het waren mandarijnen. Maar dat eten krokodillen niet. Toen dacht Krokodil: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Vervolgens ging Krokodil ergens anders heen. Daar lagen de drie vrouwelijke bewoners van het huis gezamenlijk in bed. "Hoi meisjes: how 're you doing?". Eerst lachten de meisjes nog maar toen ze zich bedachten dat Krokodil een reptiel was zeiden ze: scheer je weg! Dat deed Krokodil dan maar gauw terwijl hij dacht: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn". Hieronder zie je Krokodil die probeert vriendschap te sluiten met de vrouwelijke bewoners van het huis.

Na het avontuur met de vrouwen ging Krokodil de trap op: misschien was daar wel eten of waren daar vriendjes. Op een kamer trof hij zelfs een hele kast lekkernijen aan. Maar dat eten krokodillen niet. Daarom ging krokodil maar weer op zoek naar vriendjes terwijl hij dacht: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

"Hé jongens: eindelijk wat mannelijk gezelschap in dit huis! Willen jullie mijn vrienden worden?" De jongens zwegen en keken strak voor zich uit. Krokodil moest bijna huilen en dacht: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn". Hier zie je de jongens die geen vrienden wilden zijn.

In een andere kamer kwam hij een appel tegen. Dat leek hem wel lekker. Maar krokodillen eten dat niet. Het was alsof zijn maag knorde en zei: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Toen zag hij ineens een heel groot blauw dier met een lange slurf. Het leek een beetje op een olifant. "Hé olifant-dinges: zullen we vrienden worden? Ik ben hier nieuw". Het blauwe dier met de lange slurf zweeg al net zo hard als de jongens. "You suck!" riep Krokodil terwijl hij dacht: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Toen zag Krokodil ineens twee andere jongens. Hij herkende ze uit een bekende film: "Hé jongens! Ik ken jullie wel uit die ene film! Een hele goeie film was dat! Zullen we vrienden worden?". De jongens zeiden niks en leken hem uit te lachen. Een krokodillentraan droop over de wang van Krokodil: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Toen kwam Krokodil bij een groot zwembad. "Daar zullen vast wel veel mensen zijn die vrienden willen worden". Maar weer was er niemand! "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn", dacht Krokodil.

Toen kwam er een erg verdrietig moment. Bij het zwembad zag Krokodil een bordje hangen met daarop: 'Home'. "Oh, was ik maar thuis!". Hij kon zijn tranen nu niet meer bedwingen en schreeuwde het uit: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Krokodil wilde erg graag op zoek naar huis dus ging hij kijken op de kaart. Die kaart was echter zo groot dat hij er niks van snapte. Dat ging nooit lukken! Ondertussen galmde het in het hoofd van Krokodil: "Ik heb nog steeds honger en niemand wil mijn vriendje zijn".

Vanuit zijn ooghoek zag Krokodil (krokodillen kunnen alleen maar naar de zijkant kijken) iets dat alles zou veranderen. Het waren een paar mooie flessen La Trappe en dat drinken Krokodillen wel! Na een paar slokken begon zijn geheugen echter te haperen...

De volgende morgen had hij geen honger meer en had hij ook een vriendje gevonden, ook al wist hij niet meer hoe. Het was toch wel even schrikken om zo wakker te worden maar Krokodil vond het al lang best en dacht eigenlijk helemaal niet meer aan thuis en aan zijn oude baasje. "Ik heb helemaal geen honger meer en heb hier genoeg vrienden". En zo leefden ze nog lang en gelukkig in de Korenbloemstraat.

EINDE


Reageren op deze blog